Activiteiten en zorg die een thuisverpleegkundige aan een zorgkundige kan delegeren

Maurice Lion
Jul 9, 2021 8:30:00 AM
4 min leestijd

De zorgkundige is speciaal opgeleid om, onder toezicht van de verpleegkundige, deze te assisteren bij de verzorging, de opvoeding en de logistiek, als onderdeel van de activiteiten die door de verpleegkundige in een gestructureerd team worden gecoördineerd. Maar welke activiteiten en zorg kan een thuisverpleegkundige delegeren aan een zorgkundige?

Controle betekent dat de verpleegkundige erop toeziet dat de zorg, de gezondheidsvoorlichting en de logistieke activiteiten die zij aan de zorgkundigen in het gestructureerde team heeft gedelegeerd, op de juiste wijze worden uitgevoerd.

Alleen een verpleegkundige kan activiteiten delegeren aan een zorgkundige (d.w.z. niet een arts, niet een verloskundige, niet een andere zorgverlener of een andere gezondheidswerker). Bovendien is het de verantwoordelijkheid van de verpleegkundige om de gezondheidstoestand van de patiënt te beoordelen voordat zij bepaalde activiteiten aan een zorgkundige delegeert.

Welke activiteiten kan een zorgkundige uitvoeren onder de controle van de verpleegkundige?

De activiteiten die een verpleegkundige mag delegeren aan een zorgkundige en de voorwaarden waaronder de zorgkundige ze mag uitvoeren, zijn vastgelegd in het koninklijk besluit van 12.01.2006, gewijzigd door het koninklijk besluit van 27.02.2019, dat in werking treedt op 01.09.2019.

Lijst van 12 januari 2006 

  • Het observeren en signaleren bij de patiënt/resident van veranderingen op fysisch, psychisch en sociaal vlak binnen de context van de activiteiten van het dagelijks leven (ADL).
  • Het informeren en adviseren van de patiënt/resident en zijn familie conform het zorgplan, voor wat betreft de toegestane technische verstrekkingen.
  • Het bijstaan van de patiënt/resident en zijn omgeving in moeilijke momenten.
  • Mondzorg.
  • Het verwijderen en heraanbrengen van kousen ter preventie en/of behandeling van veneuze aandoeningen, met uitsluiting van compressietherapie met elastische verbanden.
  • Het observeren van het functioneren van de blaassonde en het signaleren van problemen.
  • Hygiënische verzorging van een geheelde stoma, zonder dat wondzorg noodzakelijk is.
  • De orale vochtinname van de patiënt/resident bewaken en het signaleren van problemen.
  • De patiënt/resident helpen bij inname van geneesmiddelen via orale weg, nadat het geneesmiddel door middel van een distributiesysteem, door een verpleegkundige of een apotheker werd klaargezet en gepersonaliseerd.
  • De vocht- en voedseltoediening bij een patiënt/resident langs orale weg helpen verrichten, uitgezonderd bij slikstoornissen en bij sondevoeding.
  • De patiënt/resident in een functionele houding brengen met technische hulpmiddelen en het toezicht hierop, conform het zorgplan.
  • Hygiënische verzorging van patiënten/residenten met een dysfunctie van de ADL, conform het zorgplan.
  • Vervoer van patiënten/residenten, conform het zorgplan.
  • Toepassing van de maatregelen ter voorkoming van lichamelijke letsels, conform het zorgplan.
  • Toepassing van de maatregelen ter voorkoming van infecties, conform het zorgplan.
  • Toepassing van de maatregelen ter voorkoming van decubitusletsels, conform het zorgplan.
  • Het meten van de polsslag en de lichaamstemperatuur en het meedelen van de resultaten.
  • De patiënt/resident helpen bij niet steriele afname van excreties en secreties.

Lijst van 1 september 2019 (voor zorgkundigen met uitgebreide vaardigheden) 

  • Meting van de parameters behorende tot de verschillende biologische functiestelsels, met inbegrip van de glycemie meting door capillaire bloedafname. De zorgkundige moet de resultaten van deze metingen tijdig en accuraat rapporteren aan de verpleegkundige.
  • Toediening van medicatie, met uitsluiting van verdovende middelen, die voorbereid is door de verpleegkundige of de apotheker langs volgende toedieningswegen: oraal (inbegrepen inhalatie); rectaal; oogindruppeling; oorindruppeling; percutaan; subcutaan: enkel voor wat betreft de subcutane toediening van gefractioneerde heparine.
  • Voeding en vochttoediening langs orale weg.
  • Manuele verwijdering van fecalomen.
  • Het verwijderen en heraanbrengen van verbanden en van kousen ter preventie en/of behandeling van veneuze aandoeningen.

De regels voor deze 2 lijsten

✔️De zorgkundigen die vóór 1 september 2019 geregistreerd zijn, zijn niet verplicht om een bijkomende opleiding te volgen in het uitvoeren van de handelingen van de lijst van 1 september 2019. Maar indien zij geen bijkomende opleiding volgen zullen zij deze aanvullende handelingen niet mogen uitvoeren. Zij mogen dus enkel de
handelingen van de lijst van 2006 uitvoeren.

✔️De FOD Volksgezondheid heeft geen specifiek visum of identificatie van de zorgkundigen met uitgebreide bevoegdheden ingevoerd. Het is dus de verantwoordelijkheid van de delegerend verpleegkundige om te controleren of de zorgkundige vanaf 1 september 2019 over de competenties beschikt om de 5 extra handelingen op de lijst uit te voeren.

Bepaalde verduidelijkingen met betrekking tot de gedelegeerde activiteiten

1. Wat wordt er verstaan onder parameters?

Voorbeelden van parameters zijn: bloeddruk, temperatuur, ademhaling, glycemie, saturatie,… Het meten van parameters mag niet verward worden met de technische verpleegkundige verstrekking ‘Gebruik van apparaten voor observatie en behandeling van de verschillende functiestelsels’. Onder ‘gebruik van apparaten voor observatie en behandeling van de verschillende functiestelsels’ wordt verstaan het plaatsen van een apparaat op de patiënt dat de arts in staat stelt de diagnose te verfijnen of de verpleegkundige in staat stelt de patiënt continu te controleren, bijv.: EEG, ECG, capillaire pulmonaire drukmeting, meting van het hartdebiet, polysomnografie, drukmetingen in de slokdarm, cardio-inspanningsproeven, Holter-telemetrie,… Deze technische verpleegkundige verstrekking behoort niet tot de lijst van handelingen van een zorgkundige. Een verpleegkundige mag dit dus niet
delegeren. De evaluatie van de gezondheidstoestand en het toezicht op de patiënt blijven de verantwoordelijkheid van de verpleegkundige.

2. Moet de verpleegkundige de geneesmiddelen aan het bed van de patiënt brengen?

In tegenstelling tot het besluit van 2006, worden in het koninklijk besluit van 2019 de woorden "en gepersonaliseerd" niet weerhouden: dit betekent dat de verpleegkundige de medicatie niet langer verplicht aan het bed van de patiënt moet brengen. Het is echter niet de bedoeling van de wetgever dat de zorgkundige de
medicatie "aan de lopende band" in de afdeling verspreidt zonder dat de verpleegkundige enig contact heeft met de patiënten of de bewoners. Er wordt verwacht dat de verpleegkundige een voorafgaande evaluatie van de patiënt maakt om ervoor te zorgen dat deze delegatie veilig is.

3. Mag een zorgkundige orale chemotherapie toedienen?

De voorbereiding en toediening van orale chemotherapeutische middelen is geen technische verpleegkundige verstrekking maar een handeling die een arts kan toevertrouwen aan een verpleegkundige (een C handeling). De toediening van chemotherapie is dus niet inbegrepen in de bovengenoemde prestatie en kan niet worden gedelegeerd aan een zorgkundige.

4. Mag een zorgkundige zuurstof toedienen?

Zuurstof wordt beschouwd als een geneesmiddel (Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten). Een verpleegkundige kan dus de toediening van zuurstof delegeren aan een zorgkundige aangezien inhalatie behoort tot de “toediening van orale medicatie”.

5. Mag een zorgkundige sondevoeding toedienen?

Neen. In tegenstelling tot de lijst van 2006 werden in het koninklijk besluit van 2019 de twee uitzonderingen "bij slikstoornissen" en "bij sondevoeding" niet langer gehandhaafd bij de activiteit "voeding en vochttoediening langs orale weg". Daardoor mogen de zorgkundigen de patiënten met slikstoornissen en patiënten met een sonde wel voeden en hydrateren via de mond, maar ze mogen geen sondevoeding toedienen aan deze patiënten. Er zijn soms patiënten die voeding via hun mond moeten krijgen terwijl ze een sonde hebben (tijdens een periode van
hervoeding of om andere voedingssupplementen te ontvangen), het toedienen van deze voeding via hun mond kan nu ook worden gedelegeerd in alle gevallen aan de zorgkundige.

Meer te weten komen over onze software voor verpleegkundigen 'CareConnect Mobi33'? 

👉 Bezoek onze website!

Bronnen voor dit artikel :

*https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=2006011246&table_name=wet 

*https://www.health.belgium.be/sites/default/files/uploads/fields/fpshealth_theme_file/april_2019_faq_v2_zorgkundige.pdf 

Ook interessant:

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Nog geen reacties

Laat ons weten wat jij denkt.